NETWERK DE HOOFDZAKEN

BEGELEIDING BIJ DENKWERK

Meer over de filosofische praktijk

DE FILOSOOF denkt mee als collega-denker; herkent algemene vraagstukken en helpt die te formuleren, herkent specifieke vraagstukken en helpt die te verscherpen. Van de consulent mag verwacht worden, niet zo zeer dat zij of hij een theorie zal aandragen waarmee de klant haar of zijn gedragingen kan verklaren, maar wel dat zij of hij de denkprocessen, theorievorming en besluitvorming over, respectievelijk, levensvragen, het zelf en concrete kwesties, helpt vorm te geven en/of verhelderen. “De filosoof moet in ieder geval leek blijven waar het levensvragen betreft” en is een “collega in het leven”. Het filosofisch consult kan dus beschouwd worden als een gesprek tussen filosofen onderling.

DRIE "WERELDEN" 

Filosoof Karl Popper maakte een onderscheid tussen verschillende levensdomeinen, die hij "werelden" noemde. Kort gezegd zijn dat: (1) de wereld van dingen; (2) de wereld van gevoelens; en (3) de wereld van concepten. De laatste bevat de handvaten waarmee we over domein 1 en 2 denken en daarnaar handelen. 

In een filosofisch consult staat wereld 3 dan ook centraal. 

De theorie van Popper wordt uitgebreid uitgelegd op een website gewijd aan het triadisme. De meeste consulenten in Netwerk De Hoofdzaken hebben affiniteit met deze theorie van Popper, zoals die werd uitgewerkt door Eite Veening. 

In het filmpje hiernaast licht Dr. André de Vries het consult en de drie werelden toe. 

PRINCIPES IN DE FILOSOFISCHE CONSULTATIE

CONSULENTEN die zich hebben verbonden aan De Hoofdzaken werken met (ten minste) twee fundamentele handvaten. Ten eerste, het principe van “abstinentie”, zowel van het gebruik van (psychologische, sociologische, filosofische en andere deelwetenschappelijke) theorieën om de gedragingen van de klant primair mee te ‘duiden’, als van de ideaal dat er op de vragen van de klant al een (beste) antwoord zou bestaan, waaraan het gesprek geboorte kan geven. “Abstinentie, onthouding van inhoudelijke deskundigheid ten aanzien van het leven van de klant” is een belangrijk adagium.

 

En ten tweede, het uitgangspunt dat het werkveld van de filosofisch consulent de gedachten- en ideeënwereld en de “denkpuzzels” van de klant betreft en de interactie ertussen met andere ‘werelden’ (binnen en buiten zichzelf); de gevoelswereld van de klant kan weliswaar een belangrijk element van gesprek zijn, maar alleen in zoverre het het mogelijk is over de gevoelens ook gedachten te vormen en hervormen.

 

De filosoof onderscheidt zich dus op twee manieren relatief scherp van de psychologische therapeut. Het primaire doel van een consult is “het realiseren van een optimaal eigen denkproces over de vragen, voor en na het consult.” (Citaten uit Veening, Het Filosofisch Consult.)